Linda Blij

Linda schrijvend
Wat nou als...

Toen zij 6 jaar was ging mijn zusje naar school met een gigantische pauwenveer in haar haar. Die pauwenveer ging overigens overal mee naar toe en had weinig haartjes meer op de juiste plek zitten. In haar kleurrijke, door onze moeder gemaakte jurk, ging ze dan op pad. Mèt haar pauwenveer. Het was een verschijning, mijn lieve, kleine zusje. Als 13-jarige bekeek ik haar met de nodige puberale onverschilligheid. Dat kwam misschien wel vooral omdat ik haar benijdde. Er was namelijk een tijd dat die pauwenveer niet verder kwam dan mijn kamer, waar ik hem uitvoerig bewonderde. Liever was ik zelf dansend en zingend met die veer in mijn haar naar school gegaan, maar ik was vooral heel erg hard bezig om juist niet op te vallen. Om mezelf te passen, te meten en te voegen naar de wereld.

Ik voel me altijd een beetje verdrietig als ik denk aan die tijd. Ik vond het lastig, had het gevoel dat ik er niet bij hoorde, dat ik harder moest werken, nog beter moest zijn of mooier. Dàn zou ik wel geliefd en geaccepteerd worden. De dingen waar ik echt blij van werd durfde ik niet. Had geen idee waar ik nu eigenlijk goed in was, of wat ik later wilde worden. Hoe meer ik van mezelf af ging staan, hoe meer ik mezelf kwijtraakte. Vijfentwintig jaar later realiseer ik me dat ik maar door één persoon geaccepteerd wilde worden. En juist ik als die persoon, bleek het lastigste publiek.

Dit is geen verhaal van alleen maar kommer en kwel. Het is ook niet alleen mijn verhaal, maar van zoveel mooie mensen die ik mag ontmoeten. We kennen allemaal in meer of mindere mate het gevoel dat we geliefd willen worden en de angst dat dit misschien niet gebeurt. Dit voelt voor mij maar gek. Ik begrijp gewoon niet dat acceptatie geen onvoorwaardelijkheid is. Hoe kan het toch dat we deze angst allemaal wel ergens herkennen? Betekent dat dan ook dat we elkaar ergens op een bepaalde manier allemaal afwijzen?

Onderworpen aan allerlei blikken is mijn zusje niet lang met die pauwenveer naar school gegaan. Ik vraag me af of ze ook mijn onverschilligheid als afwijzing heeft gevoeld, terwijl die vooral voortkwam uit mijn eigen stille verlangen. Als je het mijn hart gevraagd zou hebben, zou ze haar uitbundig in vele vormen hebben toegejuicht. Dat is het mooie van het hart. Die kijkt en luistert met alleen maar liefde. Spreekt, alleen maar vanuit liefde. En ik geloof dat als we allemaal meer de taal van ons hart spreken, we elkaar meer gaan begrijpen en we daarmee de wereld een stukje mooier maken.

Door schade en schande heb ik geleerd die taal te spreken. Het voelt als mijn missie om woorden te geven aan wat er in mijn hart leeft èn dat van anderen. Als een tolk, die de barrières van onbegrip wegneemt. Een ontmoeting met mij is als een ontmoeting met jezelf. Het lieve briefje dat daaruit voortkomt een cadeautje, van mijn hart aan dat van jou. Het is een kleine uitnodiging om jezelf te bekijken door een bril van liefde. Een aanmoediging om ook jouw hart te laten spreken. Voor jezelf, voor anderen. Zodat we straks allemaal zo trots als een pauw rond kunnen lopen. Mèt of zonder veer in ons haar en vooral gewoon als onszelf. Omdat we dan toch echt, op ons allermooist zijn.